gedicht van de maand

Maandelijks verschijnt een gedicht van het Alkmaars Dichtersgilde in het Alkmaars Weekblad. Het wordt eveneens geprojecteerd in het stadskantoor

Gedicht van de maand 2019

September

VAN POLDER NAAR PODIUM

ritmisch schommelen
onder grazend zwartbont

door buizen stromen
in tanken klotsen

gestremd gewrongeld
tot kaas getemd

gekeerd-gepoetst-gekeerd
vervoerd

naar de Alkmaarse waag
voor de hoofdrol
in het spektakel van kaas


Adrie Oudejans

***

Juli / augustus

OOG VOOR HISTORIE

 

Met mijn rug naar de grote kerk 

gekeerd, slalom ik door de  

gaande mensenstroom;

 

blik op horloge, haastig voort! 

Links Huize De Dieu;

nu niet bij stilstaan.

 

Even in mijn ooghoek

het oude stadhuis, trapgevels,

klokgevels, lijstgevels.

 

Volgende winkel, kan nog net.

Woonde hier Maria Tesselschade

niet? Op slag van sluiten

 

een koopje  gescoord, zonder account 

met wachtwoord en gebruikersnaam,

in een winkel!

 

Hoezo geen aandacht voor historie.

 

 

 

Adrie Oudejans

***

Juni

 

IETS KOPEN

 

Wat neem ik mee om je blij te maken?

 

Iets uit de winkelstraat waar het orgel draait

 -vrolijk lawaai dat ik niet kan dragen-

iets van de Hema of iets van de Spar?

 

Geef ik je aardewerk of hout, 

papier of plastic, design of meuk

alles is er, schreeuwt vanaf het schap:

neem me mee, je kunt niet zonder!

 

Wat ik mee wil nemen is hier niet:

de rode bloem uit het sprookje,

de steen der wijzen, 

een gouden vogel die echt zingt.

 

Je zou me uitlachen als ik aankwam

met wat woorden over oplichtende 

regendruppels als felblauwe ledlampjes 

tussen de bladeren van de krulwilg

vlak voor zonsondergang.

 

 

Ik zoek een droom die je aan kunt raken;

ik zoek iets om je blij te maken.

 

 

 Petra van Rijn

***

Mei

 

MIJN CAMELIA EN IK

 

Wij delen een adres en een toekomst, mijn stabiele tuinplant 

en ik, haar huisvrouw achter glas. Zij beheerst de stilte, 

blijft volgens plan in leven in de kou. Ik zie haar trots

 

gloeien in dikke rode knoppen, zwijgzaam glanzend.

Ik praat tegen haar, maar niet intiem. Weet zij 

van medeleven, leven er vragen in een plant?    

 

We delen een uitzicht, maar haar dromen versta ik niet. 

Geen camelia schreef een gedicht, ik wel. Toch bloei ik 

niet.

 

Hilde Slooff

***

 

April

 

De ziel weegt evenveel

als een kleine leeuwerik

stelde iemand vast.

 

Dat jubelend cirkelen

hoger, hoger

de blauwe hemel in,

dat stille afdalen,

opnieuw het juichend 

stijgen, uit het zicht 

verdwijnen 

onhoorbaar dalen.

 

Als dat eens kon

 

een groet meegeven

of liever nog

 

ontvangen

 

Anneke Goddijn

 

***

 

Maart

ZELFPORTRET VAN REMBRANDT

23 JAAR OUD

 

hij stapt uit de schaduw

 

niet meer die jongen

met warrig haar

ogen verborgen in het donker

 

hier staat hij, behoedzaam gepenseeld

hij toont zijn gladde, roze wang,

verwachtingsvolle mond

en zelfbewuste blik

 

hier staat hij

 

bekijkt zichzelf met schildersoog

kijk toch: die zachte lippenboog

zo jong, zo fier

 

hij kijkt zoveel verder

dan het glas

 

ziet zijn verf op honderden

panelen, zijn etsnaald krast

zijn stift schetst wondermooie

taferelen

 

in de spiegel ziet hij

zijn werk, zijn leven

ziet hij alle Rembrandts staan

 

 

Jeannette Coppens

***

Februari

GEEN ANDER

 

Ik weet dat ik ik ben maar hoe 

vertel ik het jou? Jij zegt dat je 

een ander ziet, spreekt over 

verlies en rouw. Huilt

 

om wie niet meer is, maar kijk 

ik ben nog hier. Niet verdwenen 

niet gestorven, ik leef en meer 

dan eerst. Mijn lichaam is 

 

maar mijn lichaam, mijn naam 

was maar een naam. Wie jij kent

is nog steeds, geloof toch wat ik zeg. 

Je moet alleen beter kijken, of anders 

 

dan je bent gewend. Ik ben ik, veranderd 

geen ander, misschien kun je het in mijn 

ogen zien. Of samen voor de spiegel waar

ik sinds kort mezelf zie.  

 

 

© Robert Witte

***

Januari

VREDE

Ik weet een stad waar pleinen
zich tot welkom strekken,
waar straten verbinden, muren
wijken voor wij naar zij.

Ik weet een stad waar men
ellebogen bekleedt met veren
van vredesduiven, waar men
het woord  liefde niet noemt
uit vanzelfsprekendheid.

Ik weet een stad; wist ik maar waar.

 

© Adrie Oudejans

©  Alkmaars Dichtersgilde      mail

    This site was designed with the
    .com
    website builder. Create your website today.
    Start Now